zaterdag 22 februari 2014

Blijven door schrijven?

Hoii, Een tijdje geleden heb ik op Girlscene een verhaal schreven over gepest worden. Ik hou van verhalen schrijven maar ik weet niet of ik door moet blijven gaan. Dit verhaal heb ik al in 2011 gedaan dus het is niet meer van deze tijd, Zet in de reactie's even of ik door moet blijven schrijven of er gewoon mee moet stoppen. Ik heb het overgenomen van mijn blog op girlscene dus de spatie's kloppen niet altijd. Het verhaal is niet waargebeurd.


Pesten is verkeerd

Hoofdstuk 1 - Gepest        

“Ik wil niet naar school” schreeuwt Lisa, als haar moeder haar naar beneden sleurt.  “Waarom niet vraagt” ze met een geschrokken gezicht. “Iedereen haat me op school, Ik word al
jaren lang gepest. Ik zit in een moeilijke periode. Dus laat me alsjeblieft
naar boven gaan” antwoord Lisa. “Nee, We gaan naar de directie toe, Want hier
moet wat aan gedaan worden!” schreeuwt de moeder van Lisa. Lisa kijkt met een
chagrijnig gezicht en stormt naar boven om weer in bed te kruipen. “Nee” roept de
moeder van Lisa “Jij gaat mee naar school! Nu meteen!”. Lisa kijkt om het hoekje
en doet ondertussen haar kleding aan “Waarom heb ik alleen deze kleding,
Geen wonder dat ik gepest wordt”. Ze begint zachtjes te huilen en gaat in een klein
hoekje zitten. Haar moeder komt binnen. “Meisje, Het komt allemaal wel goed. We
gaan zo even met de directie praten en dan is alles opgelost” vertelt ze.
“Nee, dan zeggen ze: Zielig dat je naar de directie bent gegaan. Dan word het
alleen maar erger” antwoord Lisa. “Nee, We moeten er toch een keer heen gaan.
Ik wil weten wat er aan de hand is”.

Samen lopen ze het plein op. Lisa weet waar ze les heeft. Dat leslokaal heeft uitzicht op het plein.
Stiekem kijkt ze toch even. Een paar jongens en meiden staan voor het raam en
beginnen te lachen. “Ik kan dit niet” fluistert Lisa tegen haar moeder. Ze
lopen de school binnen. “Ik had een afspraak met de directie” vertelt de
moeder van Lisa tegen de Conciërge.  “Aan het
einde van de gang rechtdoor” vertelt de conciërge. “Ik durf het niet”
fluistert Lisa alweer. “We moeten, We moeten” antwoord de moeder. Ze komen de
kamer van de directie binnen. “Hallo, Goedendag. Kan ik u
ergens mee helpen?” vraagt de directeur. “Ja, Heel erg zelfs” verteld de moeder
van Lisa “Lisa wordt gepest in de klas”. De directie schrikt en kijkt Lisa aan.
Lisa durft niks te zeggen. Ze houd haar lippen stijf op elkaar. “Wat doen ze dan”
vraagt de directie “En met wie bedoelen we ze”. Lisa aarzelt, Zou ze het nu
wel gaan vertellen of niet.. “Ze schoppen, slaan, treiteren, schelden me uit,
pakken me tas af en gooien het in de prullenbak en ik mag naast niemand zitten”
vertelt Lisa. Ze krijgt tranen in haar ogen. De directeur ziet dat het echt waar is
en dat het  behoorlijk hard eraan toe gaat. “Het is iedereen uit mijn
klas” vertelt Lisa. “Ze komt elke keer huilend thuis en durft ook elke ochtend niet
naar school te gaan” zegt Lisa’s moeder. “Daar moet wat aan gebeuren”
antwoord de Directie “Daar moet veel gebeuren”.

Na een gesprekje over wat er gebeurd, wie het doet en wat eraan gedaan
moet worden is er uitgekomen dat de directie met de mentor van de klas gaat
praten. Dat de mentor elk kind onder vier ogen gaat spreken. Lisa is nog steeds
verdrietig. Ze lopen het kamertje uit en de moeder van Lisa omhelst haar. “Het
komt wel goed” fluistert ze. Als Lisa en haar moeder zijn aangekomen bij de uitgang zegt de Conciërge “Fijne dag hé!”. “Hetzelfde” knikt de moeder van Lisa. “Wat als ik morgen de klas
binnenkom..” snikt Lisa. “Daar moet je je niks van aantrekken, In de middag
doet je mentor de gesprekjes en dan komt alles wel weer goed”. Lisa
luistert of ze nog wat van het les lokaal hoort waar haar klasgenoten zitten. Ze
hoort iedereen praten. “Hee, Daar heb je dat lelijke kind” zegt de grootste
pestkop. De moeder van Lisa hoort het ook en schreeuwt naar boven “Jij moet eens
even je mond gaan houden, Je weet helemaal niet wat er aan de hand is.”
Schreeuwt de moeder van Lisa. Lisa schaamt zich dood maar is toch wel weer blij dat
haar moeder het opneemt voor haar. “Oh sorry hoor Mevrouw” zegt de jongen. “Ik
ben wel de moeder hoor” schreeuwt ze. De jongen bukt snel en houd zich weer
bij de les. “Gewoon grote bek geven en dan houden ze wel
op” zegt de moeder van Lisa. “Nee, Nee. Dat durf ik niet”.  

Hoofdstuk 2 - Vader

Er ligt een brief op tafel. “Wat heb je nou weer aangevraagd” lacht Lisa.
“Helemaal niks, Er staat Memento Mori Uitvaartverzorging op” vertelt haar
moeder. Ze kijken allebei geschrokken en vragen zich af wie er overleden
is. “Maak open” vertelt Lisa. De Moeder maakt de brief open en lees de brief
zodat Lisa het nog niet kan lezen. Ze begint zachtjes te huilen. Ze geeft de
brief aan Lisa en haalt zakdoekjes op. “Jan van Brug, Wie is dat?” vraagt Lisa.
De moeder van Lisa gaat even op de bank zitten “Kom even zitten” zegt ze. “Je
weet toch wel dat je een vader hebt, Waar ik niks mee te maken wil hebben, Hij
is overleden” vertelt ze. Lisa kijkt geschrokken. “Toen ik van jou bevallen was
wilde je vader jou hebben, Hij heeft je vaak meegenomen naar de Wallen toe.
Ik wou niks meer met hem te maken hebben en er is een rechtszaak geweest.
Uiteindelijk mocht ik de Voogdij krijgen van jou” vertelt de Moeder. “Waarom is die
overleden” vraagt Lisa. “Hij is daarna aan de drank, drugs en sigaretten gegaan,
Volgens de brief is dat ook de oorzaak” vertelt ze snikkend. “Waarom moet je nu
huilen dan?” vraagt Lisa. “Het is logisch als iemand overleden is die vroeger
heel dierbaar voor je was, die er dus nu niet meer is” zegt de Moeder. Lisa
slaat een arm om haar moeder. Trringg, Trrringg. De telefoon gaat en Lisa pakt op. “Hallo, Met Agatha van Brug. Is Marie er ook?” zegt een mevrouw. “Ja die is er wel” antwoordt
Lisa. “Het gaat namelijk over haar ex van vroeger” vertelt de mevrouw.
“Mijn vader bedoelt u?” vraagt Lisa. “Jan van Brug, Maar zijn dochter is allang
overleden, Toen ze een jaar of 2 was” zegt de mevrouw verbaasd. “Nee, Ik leef
nog.. Ik woon samen met mijn moeder, zijn ex in een huis” antwoordt Lisa. De
vrouw legt de hoorn erop. Lisa vertelt alles aan haar moeder. “Je moest niet
zeggen dat je nog leefde” zegt de Moeder “Ze dacht dat je dood was, want dan
ging ze toch geen contact meer opnemen”. Lisa moet huilen. “Wat is het leven toch
naar” fluistert ze.

De volgende dag gaat Lisa niet naar school in verband met het
overleiden van haar vader. De mentor heeft dus de gesprekjes al gehad. Ze loopt de
klas binnen. Iedereen kijkt haar aan.. Ze voelt zich niet op haar gemak.
Niemand zegt wat tegen haar.. Zouden ze boos op me zijn denkt ze. Lisa zit altijd in de
pauze bij wat oude schoolvriendinnen van de basisschool. Ze ziet de pestkop
en andere meelopers aan komen lopen. Ze hoopt dat ze niet naar haar toe gaan.
“Wat had je nou!” zegt de Pestkop. Lisa negeert het. “Kleuter!” zegt een
meeloper. Wat eerst haar bff was. Lisa ziet haar mentor aankomen. Hij besluipt hem
van achteren heel stilletjes om misschien nog wat mee te krijgen wat ze
zeggen. “Je moet eens even je bek dicht gaan houden, Je wordt er echt niet knapper
of zo op” schreeuwt de pestkop. “Ja, Wat is dit hier” schreeuwt de mentor.
“Niks hoor” vertelt iemand. “Ik dacht dat dit afgelopen was” vertelt de mentor
“Jullie mogen mooi even naar de directie kamer!”. “Heb ik aan jou te danken”
fluistert de pestkop tegen Lisa. Er komen allemaal vriendinnen bij haar zitten en
vragen wat er aan de hand is. Als de pauze voorbij is loopt Lisa naar haar mentor
toe. “Wat moet ik doen” vraagt ze aan hem. “Je moet gewoon sterk staan” vertelt haar mentor. Lisa kijkt hem aan. “Ik wil dit niet meer” zegt ze. Haar mentor slaat een arm om haar
heen. “Komt wel goed” zegt die “Nu moet je snel weer naar de les, of wil je nog
even hier blijven”. Lisa denkt goed na. Als ze wegblijft denkt iedereen dat ze
te zielig is. Maar als ze de les in gaat dan zit ze bij haar klas. “Ga maar de
les in, Laat ze maar een lesje leren dat je niet bang bent” vertelt de mentor.
Lisa twijfelt. Uiteindelijk gaat ze wel de les in.

Hoofdstuk 3 – De brief

Ze komt de klas binnen, Iedereen kijkt haar aan. Ze heeft
het gevoel dat ze naakt loopt.. Helemaal alleen. Zonder iets of iemand. Maar
dat wel een grote groep met apen naar haar zit te kijken. Ze loopt snel door en
gaat zitten op haar plek. Mevrouw Planken was even gestopt met haar les en gaat
nu rustig verder. Ze krijgt een briefje op haar tafel. Zou ze hem openmaken? Ze
maakt het toch maar open. Er staat op:

 

Hallo,
De grootste kleuter ter wereld.

 

Wat
moet je nou dan, Je gaat zielig naar de directie toe. Je bent echt niet zo
stoer zoals jij denkt. Je bent zo zielig in je hoofd. Neem een pilletje en kom
dan maar terug. Pleeg liever zelfmoord, Zijn we ook van je af. Donder maar
lekker op! Wij hoeven je hier niet te hebben, Jij brok schimmelhout. Ik zou nu
maar snel weggaan want zo zielig ben je wel.

 

Lisa begint zachtjes te huilen, Er rolt een traan over haar
wang. Ze twijfelt, zou ze door gaan lezen?

 

Je kan helemaal niet zingen, dansen of iets anders. Dus je kan maar beter gelijk
oprotten. Met je grote bek. Je bent zelf ook nog eens zo dik als een olifant
dat je nauwelijks door de deur past! Wij hoeven je niet te hebben hier in de
klas. Donder maar lekker op met je moeder die een grote bek heeft. Ga huilen
bij je vader in de hemel, weet je zeker dat je goed zit met drugs! Opzouten!!!

Lisa twijfelt alweer, Zou ze nu weggaan? Als ze haar zien huilen
komt er vast nog een briefje met ga niet huilen. Ze pakt haar tas op. Stormt de
klas uit. Gooit de deur met een harde klap dicht dat iedereen stil wordt.
Mevrouw Planken kijkt de klas aan. “Wat is er aan de hand” vraagt ze. “Ze is
ongesteld en is bijna gelekt” lacht iemand. De hele klas lacht mee. Mevrouw
Planken loopt snel achter Lisa aan. “Wat is er” vraagt Mevrouw Planken. “Ik
word gepest in de klas” vertelt Lisa. Ze laat het briefje zien. De Mevrouw
schrikt zich rot. “Ga maar even naar je mentor, Ik spreek de klas wel even toe”
vertelt ze.

Lisa voelt zich alleen, In een grote school. Ze loopt naar haar mentor toe. Hij heeft les. Ze klopt op de
deur want het is een noodgeval. “Maak allemaal opdracht 14, Ik ben even weg”
vertelt hij. Hij loopt naar Lisa toe terwijl hij de deur dicht doet. Lisa geeft
het briefje aan hem. Hij schrikt zich dood. “Dit meen je niet..” fluistert hij “Wie
heeft het geschreven”. Lisa denkt goed na. “Peter” vertelt ze. “Whaaattt!!”
schreeuwt de mentor “Ik dacht dat hij de enigste was die niks deed”. “Ik denk
dat hij het moest van de anderen” vertelt ze. Peter is een lief jongetje, Hij
zit altijd vooraan in de klas. Let goed op, Haalt tienen en maakt met niemand
ruzie. De mentor loopt naar de directie toe. “Kom” zegt hij. De mentor klopt op
de deur met het bordje ‘Directie’. Hij legt het briefje op tafel. Lisa komt
binnen. “Wat erg!” zegt de directeur met een geschrokken stem. “Ik ga nu naar
de klas toe, Ik spreek ze toe” vertelt de directie. De mentor kijkt Lisa aan. “We
doen er alles aan om jou te helpen” vertelt hij. Lisa gaat op een stoel zitten.
“Ik ben toch niks waard” vertelt ze “Alles gaat mis in mijn leven, Mijn vader
is dood, Ik word gepest, Mijn oma weet geen eens dat ik leef, Mijn moeder heeft
ADHD Problemen en ik ben mij beste vriendin kwijt”. Haar mentor kijkt haar aan.
“Wees niet onzeker, Kop op” vertelt hij. “Ik ben vroeger ook gepest, Na een
tijdje stopte het gewoon” snikt hij.  De minuten vliegen voorbij, De directeur is nog steeds aan de
praat.. Na een half uur komt hij het lokaal uit. “Ik sprak ze toe, Als dit nog
een keer gebeurd dan worden ze geschorst wie het deden”. Lisa kijkt opgelucht
maar toch ook wel weer bang, Want wat gaat er gebeuren als ze het lokaal binnen
komt. “Als er iets gebeurd, kom gelijk naar me toe” vertelt de directeur. De
klas komt uit het lokaal. Iedereen kijkt haar aan en fluisteren, Ze kan net
niet horen wat ze zeggen. “Doorlopen!” zegt de mentor met een zware stem. “Komt
wel goed” vertelt hij tegen Lisa.

Hoofdstuk 4 – Het infinitief

Als Lisa het volgende uur weer de les in komt, Kijkt iedereen haar
weer aan. Ze gaat aan haar tafeltje zitten en haalt haar boeken tevoorschijn.
Ze laat haar etui per ongeluk op de grond vallen, Hij was open dus alle
potloden en pennen vallen eruit. Iedereen moet lachen. Ze houd het niet lang
vol denkt ze. “Lisa, Wat is het infinitief” vraagt de leraar. “uhhm, dat is als
je het vragend maakt dat dat vooraan de zin komt te staan”. De hele klas begint
de lachen. “Nee helaas, Infinitief is de woordenboek vorm” vertelt de leraar.
Hij moet zelf ook lachen. Ze voelt zich alleen. Ze kijkt Peter aan. Hij let
niet meer goed op, Hij zit achterste voren op zijn stoel en kletst met de
jongens achter hem. Zo zie ik hem nooit denkt ze. Als de les is afgelopen loopt Lisa de deur uit. “Lisa, Kom eens even” vraagt de leraar. Lisa denkt Neehee.. Niet weer.. Lisa loopt toch naar
hem toe. “Ga even zitten” vertelt hij. Ze pakt een stoel en ploft neer. “Ik
weet wat er aan de hand is, Iedereen is net geïnformeerd in de pauze bij de
lerarenkantine, Wij moeten allemaal opletten wat er gebeurd is”. Lisa wordt
vuurrood. Zou ze het zegen van het infinitief? “Ik had het per ongeluk verkeerd
van het infinitief, Maar dan hoeft u zelf ook niet mee te lachen. Ze lachte me
uit. U ook” verteld Lisa. “Sorry daarvoor” vertelt hij. “Mag ik nu weer gaan”
vraagt ze. “Ja, ga maar” vertelt hij. Lisa maakt dat ze wegkomt.

Om de hoek staan allemaal jongens van de klas. Ze moet er langs
denkt ze. Er is geen andere weg. Ze twijfelt zou ze er langs gaan.

Hoofdstuk 5 - Party

Uiteindelijk gaat ze er toch langs. Ze loopt er snel langs en kijkt de andere kant op. De jongens zien haar geen eens en Lisa haalt opgelucht adem. “Lisa, Lisa, Lisa” roepen er een paar meiden waar ze elke keer in de pauze bij zit. Ze krijgt een kaartje in haar handen gedrukt. Lisa maakt hem snel open. Er staat op:

 

Hallo, Lisa                               Neem

                                                 je zwemspullen mee!!

Ik hou 2 November een feestje. 

Het begint om 13:00 en eindigt om 19:30

Kom jij ook? Adres: Klaverweg 4B in Rotterdam.

Groetjes Kim

 

Lisa glundert helemaal, Ze wordt nooit uitgenodigd. “Ja, tuurlijk

kom ik” vertelt ze. “Top” antwoordt Kim. Als de pauze voorbij is loopt ze snel

naar de les toe en gaat alvast aan haar tafeltje zitten. De leerlingen komen

het klaslokaal binnen en zeggen verder helemaal niks. Mevrouw Planken kijkt de

leerlingen aan, “Wat zijn jullie stil vandaag” lacht ze. “Komt doordat iemand

boos op ons is die nogal moeilijk doet” vertelt de pestkop. “Ophouden” schreeuwt

ze.  Tringgg, Tringggg. Lisa pakt snel haar tas en stopt haar boeken

erin, Ze vergeet expres haar etui en kijken of iemand hem voor haar meeneemt en

er iets van zegt.. “Lisa, Je etui” zegt iemand. Ze denkt Jippie! Iemand denkt eens

aan me. Ze draait zich om. Mevrouw Planken staat met haar etui in de handen. “Niet

vergeten, meisje” lacht ze. Lisa pakt snel haar etui en loopt naar het volgende lokaal.

 

Hoofdstuk 6 - Moeder

 

Het is 2 november, Lisa heeft er heel veel zin in. Ze heeft haar

tas al helemaal klaar en ze is net van plan om haar bikini aan te doen. Er word

aangebeld. Lisa heeft net haar kleren aan en doet open. Het is de postbode. Ze

neemt het pakketje aan en denkt dat het voor haar moeder is. “Mam, Pakketje

voor je” schreeuwt ze naar boven. Na een paar minuten staat ze nog met het pakketje

in haar handen. Ze wordt bang en denkt dat er iets aan de hand is. Ze loopt

naar boven en doet de moeders slaapkamer deur open. Ze schrikt zich rot. Ze

doet snel de deur dicht en belt 112.

 

De ambulance scheurt de bocht om aan het einde van de straat, Hij parkeert voor het huis. Lisa heeft ondertussen ook al de buren opgehaald. Iedereen kijkt geschrokken. Ze lopen met een brancard en een hart kist naar binnen. “Waar is ze” vraagt een van hen. “Boven” antwoord de Buurman. Lisa is helemaal in shock. De mannen rennen naar boven. De brancard rammelt aan alle kanten. De mannen lopen zo snel mogelijk naar de slaapkamer toe. Na een tijdje komen ze uit de deur. “Ze is overleden, aan een overdosis medicijnen” vertelt een broeder. Lisa begint te huilen. De Buurman slaat een arm om haar heen. “Had ze medicijnen thuis” vraagt de broeder. “Ja, voor ADHD” snikt Lisa. “Je mag zolang wel even bij ons komen logeren” zegt de Buurvrouw. Lisa knikt “Dat is fijn”.

De lijkwagen komt de straat in rijden. Lisa ziet hem al aankomen. De man knikt naar Lisa. De buurman kijkt Lisa aan, Knikt ook.. “Waarom moet dit mij overkomen” snikt Lisa. “Het komt allemaal wel weer goed” antwoord de Buurman.

 

De volgende dag als Lisa op school komt is iedereen gewoon aardig tegen haar. Binnen 2 weken zijn allebei de ouders overleden aan een Overdosis, Ze heeft het al zwaar genoeg. Altijd na schooltijd gaat ze eerst naar haar oma toe, Kopje thee drinken en even huiswerk maken. Rond etenstijd fietst ze weer naar de buren toe. Ze krijgt daar elke dag eten en onderdak. Dat vindt Lisa heel erg fijn. Het feestje ging ook niet door. Het feestje wordt op 10 December ingehaald, Lisa wil er wel heen.

 

Hoofdstuk 7 – Het donkere bos

 

Het is eindelijk 2 November. Lisa heeft afgesproken met een meisje, genaamd Tessa. Ze moeten een stukje door het bos maar met z’n tweeën is dat geen probleem. Het feestje is super leuk vindt Lisa. Ze gingen eerst een taart bakken en daarna zwemmen in het zwembad. Tessa is al naar huis omdat ze naar de Ortho moest. Lisa moet dus alleen fietsen door het bos. Het is helemaal donker, Lisa fietst zo hard als ze kan. Ze moet ongeveer een kwartiertje door het grote bos fietsen. In het midden van het bos ziet ze iemand staan, Midden op de weg. Lisa kan niet omkeren, Dan komt die persoon toch achter haar aan. Ze besluit om door te fietsen. Harder, Harder denkt ze. Ze komt aan bij de persoon. “Hee, Lekkertje” zegt een zware luide stem. Lisa denkt doorfietsen. Haar fietslamp schijnt op het hoofd van de persoon, Ze ziet wie het is. De pestkop.. “Wat moet je” schreeuwt de pestkop. Lisa fietst hard door. De pestkop pakt snel zijn fiets. Er komen nog meer jongens achter bomen vandaan “Heee!!” schreeuwen ze allemaal. Als Lisa helemaal bezweet uit het bos komt merkt ze dat ze hartstikke moe is en dat de jongens nog steeds achter haar aan zitten. Er komt een jongen naast haar fietsen. Hij duwt Lisa om ver. “AU!” schreeuwt Lisa. Ze pakt snel haar fiets weer op en scheurt weer hard weg. De jongens moeten lachen.

 

Als ze thuis is aangekomen bij de buren merkt ze pas dat ze een hele grote schram op haar been heeft, het bloed als een gek. “Hanneke, Hanneke” schreeuwt Lisa. Hanneke, De buurvrouw komt naar buiten. Ze schrikt zich rot en helpt Lisa overeind die is gaan zitten door de pijn. Als ze even later binnen zitten pakt Hanneke een pleister en wat Jodium, “Voor de pijn” zegt ze. “Wil je een aspirine” vraagt de Buurman. “Ja, is goed. Maar niet teveel anders krijg ik ook een overdosis” zegt Lisa. “Hoe komt het” vraagt Hanneke. Lisa vertelt het hele verhaal. De buurman en buurvrouw schrikken allebei.

De buurvrouw is aan het bellen, Lisa weet niet met wie. “Ik belde je mentor, Hij gaat nu de jongens opbellen en hun ouders” zegt ze. Lisa kijkt opgelucht. “Hier word wat aangedaan” zegt de Buurman.

 

Hoofdstuk 8 – Het nieuwe jaar

De laatste dag voor de kerstvakantie zitten ze in een kring bij het Mentoruurtje. Ze praten over dingen wat hun overkomen is dit hele jaar. Lisa durft het niet te vertellen, Wat ze allemaal is doorgestaan en hoe moeilijk ze het heeft gehad. “Mijn oma wist niet dat ik leefde, Mijn beide ouders zijn overleden, Ik ben mijn beste vriendin kwijt geraakt en laatst ben ik nog van de trap gevallen en heb ik mijn beide benen gebroken” vertelt Lisa. Iedereen is er stil van. “We gaan nu allemaal goed het jaar in” zegt de Mentor. Iedereen kijkt elkaar aan. De pestkop loopt naar Lisa toe, ”Wat jij allemaal hebt doorgestaan, Ik heb respect voor je” zegt hij “Sorry dat ik je pestte, Je bent een aardig meisje. Je bent spontaan en behulpzaam. Kop op! Je bent lief”. Lisa bloost helemaal.

 

Ze gaat goed het nieuwe jaar in!

 

Geen opmerkingen: